Naar hoofdinhoud
Uit uw subsidieaanvraag moet blijken: • Hoe uw activiteiten bijdragen aan de doelstellingen; • Op welke bewoners met welke ondersteuningsvragen u zich richt; • Hoe uw organisatie aansluit bij het wijkgerichte werken dat de gemeente voorstaat, hoe u samenwerkt met organisaties als buurtteams en andere. Als de aanvraag niet past bij een wijkgerichte insteek, dan een nadere uitleg; • Op welke wijze u de vrijwilligers die de uitvoerende werkzaamheden verrichten, faciliteert en ondersteunt; • Hoe u samenwerkt met andere organisaties op gebied van informele zorg, bijvoorbeeld op het gebied van afstemming van de hulpvragen voor vrijwillige inzet, werving van vrijwilligers, deskundigheidsbevordering etc.; • Op welke wijze u ervoor zorgt dat uw vrijwilligersbestand divers is: in leeftijd, geslacht, wijk, beperking (lichamelijk, verstandelijk of langdurig psychisch), seksuele geaardheid en afkomst; • Hoeveel hulpvragers u jaarlijks denkt te kunnen helpen en hoeveel vrijwilligers daarbij betrokken zijn; • Op welke manier u de resultaten in kaart brengt en evalueert hoe vrijwilligers en cliënten de geboden ondersteuning waarderen; • Op welke wijze u de veiligheid van vrijwilligers en hulpvragers vormgeeft/borgt (bijvoorbeeld VOG). Aanvragen waarin een of meer onderdelen niet zijn opgenomen, worden wel in behandeling genomen. Bij de subsidieaanvraag levert u een sluitende begroting aan, die aansluit bij de subsidiabele activiteiten in artikel 5. In uw begroting maakt u inzichtelijk hoe elk van de activiteiten/onderdelen is opgebouwd. U geeft in elk geval, indien van toepassing, inzicht in: • Huisvestingskosten • Activiteitenkosten • Algemene kosten/organisatiekosten • Kosten en inzet van uitvoerend personeel t.b.v. ondersteuning e.d. van vrijwilligers (onder vermelding van uurtarief en verhouding aantal fte t.o.v aantal vrijwilligers) • Overige personele kosten (overhead) • Opbrengsten: gesplitst in subsidie gemeente en overige opbrengsten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel