Naar hoofdinhoud
1. Schriftelijke vragen aan de burgemeester of het college worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk worden doorgeleid naar de overige leden van de raad, de burgemeester en het college. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen een maand, nadat de vragen zijn binnengekomen. 4. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt de burgemeester of het college de vragensteller, met een afschrift naar de overige leden van de raad, hiervan schriftelijk en gemotiveerd in kennis waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording wel zal plaatsvinden. 5. De vragen en antwoorden worden door de burgemeester of het college aan de vragensteller toegezonden, met een afschrift naar de overige leden van de raad en de griffier. 6. De vragensteller kan, met inachtneming van artikel 9 lid 3, in de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen aan de burgemeester of het college omtrent het gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel