**1..** Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28, die mede de exploitatie van een terras betreft, wordt verleend onder het voorbehoud dat indien dit noodzakelijk is, in geval van werkzaamheden van gemeentewege of ten behoeve van nutsvoorzieningen, het plaatsvinden van de weekmarkt, bevoorradingsactiviteiten of de organisatie van een evenement, op of in directe nabijheid van de terraslocatie, het terras gedurende de werkzaamheden, de weekmarkt, de bevoorrading dan wel het evenement en de op- en afbouw daarvan, niet mag worden geplaatst dan wel moet worden verwijderd.
**2..** De vergunning voor het plaatsen van het terras komt geheel of gedeeltelijk te vervallen indien de (functie van de) openbare ruimte op dusdanige wijze is of wordt gewijzigd, dat de vergunde plaatsing geheel of gedeeltelijk redelijkerwijs niet meer mogelijk is.
**3..** Aan een exploitatievergunning die (mede) wordt verleend voor een terraslocatie bij een pand naast of nabij het betreffende horecabedrijf, die conform de hier gestelde beleidsregels kan worden beschouwd als bij dat pand behorende terraslocatie (loodlijnen vanuit de gevel), kan de voorwaarde worden verbonden dat de vergunning voor het deel aangaande die terraslocatie komt te vervallen op het moment dat in het naast- of nabijgelegen pand (wederom) een horecabedrijf wordt gevestigd.
Hoofdstuk
Artikel 5