Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Re-integratieverordening Krimpenerwaard 2015, behoudt die voorziening voor de duur dat deze is verstrekt.
De Re-integratieverordening Krimpenerwaard 2015 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het eerste lid.
De Re-integratieregeling 2015 berust met het in werking treden van deze verordening op de volgende grondslagen:
de artikelen 5, derde lid, 7 zesde lid, 9, derde lid, 10, vijfde lid, 12, zevende lid, 14, tweede lid, 15, derde lid, 16, vierde lid 19 tweede lid, 20, derde lid en 21, derde lid van de deze verordening;
Artikel 7, 8, 8a, 9, 10, 10a t/m f en 36b van de Participatiewet
Artikel 1.13 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Artikel 20 34, 35, 36 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 23.
Overgangsrecht
Onderdeel van Verordening Re-integratie en Loonkostensubsidie Krimpenerwaard 2018