Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 1, sub e begeleiding naar en tijdens werk aanbieden.
De voorziening heeft betrekking op doelgerichte werk-, scholings- of re-integratietrajecten dan wel diagnose-instrumenten, of ter zake te maken kosten ter ondersteuning van die trajecten.
Het college kan nadere beleidsregels vaststellen met betrekking tot het aanbod van re-integratievoorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
Het college kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9, 17 en 55 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de wet;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Verordening Re-integratie en Loonkostensubsidie Krimpenerwaard 2018