Voor het kwartaal waarin deze regeling in werking treedt, geldt dat het bedrag aan middelen dat openbare lichamen op grond van artikel 7, eerste lid, buiten ’s Rijks schatkist mogen aanhouden niet wordt berekend over het hele kwartaal, maar over 31 dagen.
Middelen op een direct opvraagbare spaarrekening waarvoor is bepaald dat over een minimum saldo gedurende een bepaalde periode de financiële instelling waarbij de spaarrekening wordt aangehouden een bonusrente vergoedt (bonusspaarrekeningen) zijn uitgezonderd van de verplichting om deze in ’s Rijks schatkist aan te houden tot 31 december 2013.
De minister van Financiën kan een openbaar lichaam dat naar verwachting kort na de inwerking-treding van deze regeling ophoudt te bestaan een uitzondering verlenen als bedoeld in artikel 9, eerst lid. Daarnaast kan de minister van Financiën de middelen van dit openbaar lichaam voor een bepaalde periode uitzonderen van de verplichting om deze in ’s Rijks schatkist aan te houden.