Voor de openbare lichamen wordt het percentage, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet als volgt vastgesteld:
voor de provincies: 7,0%;
voor de gemeenten: 8,5%;
voor de waterschappen: 23%;
voor de gemeenschappelijke regelingen: 8,2%.
Voor de openbare lichamen wordt het in artikel 5 van de wet genoemde percentage als volgt vastgesteld:
voor de provincies: 20%;
voor de gemeenten: 20%;
voor de waterschappen: 30%;
voor de gemeenschappelijke regelingen: 20%.
Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro.