Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening Speelautomatenhal Zwolle 2018

De burgemeester kan, behoudens de in Titel VA van de wet genoemde gronden, de aanwezigheids- en exploitatievergunningen intrekken: Indien blijkt dat de vergunningen ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave zijn verleend; Indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunningen zijn afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6. Gehandeld wordt in strijd met deze verordening; Indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; Indien de exploitatie van een speelautomatenhal door een besluit van de ondernemer voor een periode van langer dan zesentwintig weken wordt onderbroken dan wel de exploitatie niet wordt gevoerd; Indien naar het oordeel van de burgemeester aannemelijk is, dat de ondernemer of de beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal dan wel indien de exploitatie van de speelautomatenhal omstandigheden oplevert, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; Indien zich anderszins in de hal feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde; Indien de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het laatst besloten omgevingsplan en naar het oordeel van de burgemeester voldoende aannemelijk is dat die strijdigheid niet zal worden opgeheven. Indien en voor zover de burgemeester de exploitatievergunning intrekt, kan hij gevolg geven aan het gestelde in de procedure als bedoeld in artikel 2 en de nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel