De duur van een ontheffing van de arbeidsverplichtingen en/of onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, tweede lid,
van de wet, artikel 37a, eerste lid, van de IOAW en artikel 37a, eerste lid, van de IOAZ wordt afgestemd op de periode dat de in die artikelen genoemde dringende redenen naar verwachting aanwezig zullen zijn, met dien verstande dat de ontheffing niet wordt verleend voor een periode van langer dan vijf jaar.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5