Naar hoofdinhoud
1.. Het college relateert de hoogte van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a van de wet, artikel 20a IOAW en artikel 20a IOAZ aan de mate van verwijtbaarheid. 2.. De hoogte van de boete wordt als volgt vastgesteld: 100% van het benadelingsbedrag als sprake is van opzet; 75% van het benadelingsbedrag bij grove schuld; 50% van het benadelingsbedrag als er geen sprake is van opzet of grove schuld, normale verwijtbaarheid; 25% van het benadelingsbedrag als er anderszins sprake is van verminderde verwijtbaarheid. 3.. Indien er sprake is van een tweede schending van de inlichtingenplicht binnen een periode van twee jaar bij geen benadelingsbedrag, wordt de hoogte van de boete vastgesteld op: € 150,- als er sprake is van opzet; € 110,- bij grove schuld; € 75,- bij normale verwijtbaarheid; € 40,- als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. 4.. Bij betaling van de boete geldt een maximale aflossingsduur, die mede is gerelateerd aan de mate van verwijtbaarheid; bij opzet: 24 maanden bij grove schuld: 18 maanden bij normale verwijtbaarheid: 12 maanden bij verminderde verwijtbaarheid: 6 maanden 5.. Het college stelt de bestuurlijke boete niet hoger vast dan de maximumgrens op grond van artikel 18a lid 1 Participatiewet in samenhang met artikel 2 lid 7 Boetebesluit socialezekerheidswetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel