Naar hoofdinhoud
1.. Voor de beoordeling of sprake is van een commerciële prijs voor kost en inwoning van een kostganger als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onder b en c, van de wet, artikel 5, achtste lid, onder b en c van de IOAW en artikel 5, zevende lid, onder b en c van de IOAZ wordt gebruik gemaakt van de rekenmethodiek van de Huurcommissie, alsmede van de normen van het NIBUD voor de kosten van voeding per persoon per dag. 2.. Een prijs voor kost en inwoning van een kostganger wordt commercieel geacht wanneer die per maand tenminste 75% bedraagt van de volgens de methodiek van de Huurcommissie berekende maximale huurprijs, verhoogd met 30 maal de toepasselijke norm voor voeding per persoon per dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel