Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Hoogte individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Verordening Individuele inkomenstoeslag gemeente Ameland 2018

Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: Voor een alleenstaande 45% van het normbedrag bedoeld in artikel 21, onderdeel a van de Participatiewet; Voor een alleenstaande ouder 45% van het normbedrag bedoeld in artikel 21, onderdeel a van de Participatiewet, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan 20% van het normbedrag bedoeld in artikel 21, onderdeel b van de Participatiewet; Voor gehuwden 45% van het normbedrag bedoeld in artikel 21, onderdeel b van de wet. In afwijking van het eerste lid wordt het recht op de individuele inkomenstoeslag voor een persoon waarvan het inkomen op de peildatum hoger is dan 100% van de bijstandsnorm, maar het meerdere op jaarbasis niet meer bedraagt dan de hoogte van de van toepassing zijnde individuele inkomenstoeslag die op grond van artikel 4, eerste lid, van deze verordening op hem van toepassing zou zijn, verminderd met het verschil op jaarbasis tussen het inkomen op de peildatum en 100% van de bijstandsnorm. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste en tweede lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Voor toepassing van het eerste, tweede en derde lid van dit artikel is de situatie op de peildatum bepalend. De individuele inkomenstoeslag is een vast percentage van het normbedrag zoals die geldt op 1 januari van het kalenderjaar waarin de peildatum valt. De bedragen worden op de hele euro naar boven afgerond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel