Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.

Besluit verlaging, afzien verlaging en waarschuwing

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Winterswijk 2018

1.. Indien het college een verlaging oplegt, ontvangt de belanghebbende daarvan een besluit waarin in ieder geval wordt vermeld: de reden van de verlaging; de duur van de verlaging; de periode waarover de verlaging wordt toegepast; het percentage van de verlaging; het bedrag van de verlaging; indien van toepassing, de reden waarom wordt afgeweken van de standaardverlaging; en indien van toepassing, de reden waarom is afgezien van het horen en belanghebbende niet in staat is gesteld zijn zienswijze te geven. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 18, negende lid, van de PW, artikel 20, derde lid, van de IOAW en artikel 20, derde lid, van de IOAZ, ziet het college af van een verlaging als de gedraging plaatsvond meer dan 12 maanden voordat deze is geconstateerd. 3.. Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van het opleggen van een verlaging indien het daartoe dringende redenen aanwezig acht. Indien het college geheel afziet van een verlaging, ontvangt de belanghebbende een besluit, waarin in ieder geval de geconstateerde gedraging, de duur, het percentage en het bedrag van de bijbehorende verlaging worden vermeld evenals de reden waarom het college geheel afziet van een verlaging. 4.. Indien er sprake is van het niet of onvoldoende nakomen van een activiteit gericht op re-integratie, niet zijnde een geüniformeerde verplichting, kan het college bij een eerste overtreding volstaan met het geven van een waarschuwing. Deze waarschuwing telt mee in het kader van recidive als bedoeld in artikel 13 indien binnen een termijn van 12 maanden opnieuw sprake is van het niet of onvoldoende nakomen van eenzelfde gedraging of een gedraging uit een hogere categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel