Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 14.

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ

1.. Indien belanghebbende zich tegenover het college of zijn ambtenaren of jegens medewerkers van een door het college aangewezen bedrijf of instelling belast met de uitvoering van de wet, zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, respectievelijk artikel 20, tweede lid IOAW respectievelijk IOAZ kan onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel worden opgelegd van 50% van de bijstandsnorm of grondslag. 2.. De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. 3.. Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven. 4.. In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden opgelegd van 100 procent van de bijstandsnorm of grondslag, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel