Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 5.

Horen van belanghebbende

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ

1.. Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2.. Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien: de vereiste spoed zich daartegen verzet; de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 7 van de WWB of artikel 34 van de IOAW respectievelijk IOAZ werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de WWB of artikel 13 van de IOAW respectievelijk IOAZ; of het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid, de individuele omstandigheden of het bestaan van dringende redenen.

Rechtspraak bij dit artikel