Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13

Aanwijzgingen graf; controle bescheiden

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Buren 2018

De aanwijzing van de plaats van het graf ge­schiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, in overleg met de aan­vrager, door de beheerder. Tot de begraving of bijzetting wordt niet over­gegaan dan nadat: a. de beheerder heeft geconsta­teerd dat aan de in de arti­kelen 12 en 14 opgenomen ver­eisten is vol­daan, en b. alleen bij be­graving van een stoffelijk overschot, de beheerder­ de identiteit van het lijk heeft vastge­steld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkom­hulsel vermel­de registratienum­mer met dat op een bijge­voegd document dat tevens de namen, overlij­dens- en ge­boortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgebo­rene bevat. Het is verboden om een lijk stoffelijk overschot  te begraven in een zinken of andere metalen of kunst­stof (bin­nen)kist. Het is verboden om een stoffelijk overschot  te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van het Lijkom­hulselbe­sluit 1998. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te slui­ten die niet tot de kist of het stoffelijk overschot behoren, an­ders dan kleine verteerbare grafgiften. Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkom­hulsel dient ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begra­ving een schriftelijke verklaring te worden overgelegd - volgens een door het college van burgemeester en wethouders vast te stel­len model - omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden be­doelde materi­a­len en voorwerpen. Indien van een lijkhoes ge­bruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten overleg­gen a) een af­schrift van een rapport waaruit blijkt dat de ge­bruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkom­hulselbesluit 1998 en b) een bewijs dat de betreffen­de hoes is aangekocht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel