Naar hoofdinhoud
Graven worden niet eerder geruimd dan na afloop van tien jaren na het begraven van het laatste stoffelijk overschot. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid worden particuliere graven niet eerder geruimd dan met toestemming van de rechthebbende dan wel wan­neer het recht op de voet van het bepaalde in artikel 15, vierde lid, of artikel 21 is ver­vallen. Rechthebbenden kunnen een particuliergraf laten schudden na een termijn van 20 jaar na de laatste bijzetting; in dat geval vindt ruiming van het graf plaats door het zorgvuldig bijeen garen van alle beenderen, die onder de bodem van het graf ingegraven worden. Bij de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de be­heerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel