Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan van de artikelen 3, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, 10 en 12 afwijken als zij van oordeel zijn dat dit nodig is om zorg te dragen voor een voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen. 2.. Als het college gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, dan maakt het voor zover van toepassing op passende wijze bekend: gedurende welk tijdvak aanvragen kunnen worden ingediend; voor welke subsidiabele activiteiten subsidie kan worden verleend; aan hoeveel aanvragers subsidie kan worden verleend; overeenkomstig welke van de in de artikelen 6,7 en 8 opgenomen criteria de aanvragen zullen worden gerangschikt.

Rechtspraak bij dit artikel