**1..** Verstrekking van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 voor zover niet uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen met een licht verstandelijke beperking of jeugdigen zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen, vindt plaats aan de aanvrager die bovenaan eindigt in de door het college overeenkomstig het tweede lid aangebrachte rangschikking.
**2..** Bij de rangschikking houdt het college rekening met de mate waarin en wijze waarop voldaan wordt aan de onderstaande vereisten (onverminderd het bepaalde in artikel 11 van deze regeling). Bij de aanvraag wordt op de geformuleerde vereisten door de aanvrager specifiek ingegaan. Per cluster vereisten is een maximaal aantal punten te behalen, ten aanzien van de mate waarin en de wijze waarop op de vereisten wordt ingegaan, tot een totaal maximum van 100 te behalen punten.
Cluster uitvoering en transformatie (totaal maximaal 50 punten te behalen):
bij de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering wordt aangesloten bij de in de gemeente gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp;
bij de uitvoering van de maatregelen wordt geborgd dat er geen sprake is van wachttijden; ook in het actieplan wordt aangegeven hoe de gecertificeerde instelling zich wapent tegen onvoorziene omstandigheden teneinde de start en continuïteit van de dienstverlening niet in gevaar te brengen;
tijdens de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregel wordt gewerkt volgens het gedachtegoed 1Gezin,1Plan,1Regisseur, en er is sprake van een doorgaande lijn zowel bij opschaling naar de jeugdbescherming als bij afschaling na einde van de jeugdbeschermingsmaatregel;
bij de uitvoering van de maatregelen wordt aangesloten bij de specifieke leefwereld van de jeugdige en diens sociale systeem, én wordt gericht ingezet op het vergroten van de zelfredzaamheid van jeugdige, ouders en sociale systeem;
in de werkwijze is geborgd dat uiterlijk een half jaar voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd van de jeugdige waarop de jeugdbeschermingsmaatregel betrekking heeft, c.q. een half jaar voor het aflopen van de jeugdreclasseringsmaatregel een toekomstplan wordt opgesteld in overleg met alle relevante betrokkenen;
door de organisatie is voorzien in de aanwezigheid van specifieke kennis en kunde inzake complexe echtscheidingsproblematiek;
Cluster samenwerking (totaal maximaal 30 punten te behalen):
de gecertificeerde instelling heeft kennis van en ervaring met samenwerking in de regio en de samenwerking in regionale netwerken;
er is sprake van een goede overdracht gericht op zorgcontinuïteit bij verhuizing van jeugdigen naar een andere regio of het buitenland;
de gecertificeerde instelling neemt concrete maatregelen waarmee de doorlooptijden van de jeugdbeschermingsmaatregelen worden verkort, zonder vergroting van het terugvalrisico;
de gecertificeerde instelling neemt concrete maatregelen om de continuïteit van de personele inzet in de casus te waarborgen ;
de manier waarop de gecertificeerde instelling uitvoering geeft aan van toepassing zijnde acties/ doelen van het beleidsplan Jeugdhulp gemeenten-Limburg 2014-2019 incl. addendum, de richtinggevende notitie inkoop Jeugdhulp Midden-Limburg West, en de notitie ‘Naar een toekomstbestendige jeugdbescherming en jeugdreclassering’.
Cluster organisatie (totaal maximaal 20 punten te behalen):
de gecertificeerde instelling draagt zorg voor de structurele verdere professionalisering van de instelling en de medewerkers;
de implementatie van het exitplan is geborgd, er is rekenschap gegeven van de met het plan beoogde doelen en er is voorzien in een effectieve werkwijze om, indien noodzakelijk, die doelen te verwezenlijken;
het actieplan als bedoeld in artikel 1 draagt daadwerkelijk bij aan mitigering van kwetsbaarheid en vergroting van wendbaarheid van de organisatie;
de gecertificeerde instelling geeft blijk van kostenbewustzijn op het vlak van eigen werkzaamheden en ten aanzien van de inzet van (gespecialiseerde) jeugdhulp.
Artikel 6.