Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

Aanvullende verplichtingen van subsidieontvanger

Onderdeel van Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering gemeente Weert 2019-2022

1.. Onverminderd de in de Algemene Subsidieverordening Weert 2017 en de verdere in deze regeling opgenomen verplichtingen is de subsidieontvanger in ieder geval verplicht: bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten in overeenstemming te handelen met alle toepasselijke regelgeving, de norm verantwoorde werktoedeling, de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de bij aanvraag overgelegde bescheiden; gebruik te maken van het iJW berichtenverkeer voor gegevensuitwisseling (met uitzondering van de berichten voor declaratie/facturatie) en CORV; daarenboven zal de subsidieontvanger medewerking verlenen aan de beantwoording van een eventuele additionele gegevensuitvraag door de subsidieverstrekker; onverwijld melding te maken van dringende omstandigheden, waaronder in elk geval begrepen worden omstandigheden waarbij: voorzien wordt dat de certificeringseisen in gedrang komen; de continuïteit van de zorg in gedrang komt door onvoldoende capaciteit; de continuïteit van de organisatie door problemen in de bedrijfsvoering in gedrang komt; de subsidieontvanger gebruik moet maken van onderaannemers, waarbij de subsidieontvanger garandeert dat ook de onderaannemer voldoet aan alle toepasselijke regelgeving en normering. zodra daar redelijkerwijs aanleiding toe is, uitvoering te geven aan het exitplan met inachtname van het bepaalde in artikel 4 lid 4 van deze regeling; aangesloten te zijn bij de verwijsindex, bedoeld in artikel 7.1.2.1 van de Jeugdwet, en hiervan in overeenstemming met de met het college gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 7.1.3.1, eerste lid, van de Jeugdwet, gebruik te maken; actief deel te nemen en bij te dragen aan de in de regio gebruikelijke vormen van overleg op uitvoerings- , beleids- en bestuurlijk niveau; loyale medewerking te verlenen wanneer het college een extern (accountants)onderzoek instelt als het beschikt over signalen dat de gecertificeerde instelling in een risicovolle situatie verkeert (financieel en/of inhoudelijk), die de continuïteit van de dienstverlening bedreigt of kan bedreigen. 2.. De subsidieontvanger verstrekt door middel van een nader overeen te komen format gedurende de subsidieperiode elk kwartaal zo spoedig mogelijk aan het college: een opgave van het type en de duur van de gedurende de voorgaande drie maanden uitgevoerde kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie het college gehouden is voorzieningen op grond van de Jeugdwet te treffen; de mate waarin in de casuïstiek sprake is van continuïteit van de personele inzet; de mate waarin een tijdige integrale warme overdracht plaats vindt naar het vrijwillig kader voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, welke in ieder geval wordt vormgegeven via een toekomstplan opgesteld met jeugdige, ouders en betrokken partners; een overzicht van de feitelijke wachttijden in de verschillende maanden. 3.. De subsidieontvanger verstrekt na afloop van een subsidiejaar zo spoedig mogelijk aan het college: een geanonimiseerd overzicht van de gedurende het afgelopen jaar ingediende klachten, de aard van de klachten en de geboden oplossing; gegevens over de resultaatmeting en meting van cliënttevredenheid. 4.. Bij verleningsbeschikking kan het college, in afwijking van het bepaalde in lid 2 en lid 3, andere termijnen voorschrijven, en aanvullende afspraken maken over aard en frequentie van de ingevolge lid 2 en lid 3 te overleggen informatie. 5.. Onverminderd het bepaalde in de Algemene Subsidieverordening Weert 2017, informeert een subsidieontvanger het college onverwijld schriftelijk over: iedere gebeurtenis of ontwikkeling waardoor de financiële situatie van de gecertificeerde instelling substantieel verslechtert; de uitkomst van de jaarlijkse controle, bedoeld in artikel 3.2.3 van het Besluit Jeugdwet, onder gelijktijdige overlegging van de betreffende rapportage; het ontstaan van wachttijden en de acties die daarop genomen worden; uitkomsten van onderzoeken door een Inspectie naar aanleiding van incidenten in de casuïstiek. 6.. De subsidieontvanger behoeft de voorafgaande toestemming van het college voor: de rechtshandelingen genoemd in artikel 4:71, eerste lid, onder a tot en met f en h tot en met j, van de Algemene wet bestuursrecht; een fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; samenwerking bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten met anderen dan de in het overzicht, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder d, genoemde onderaannemers; substantiële wijziging van een van de in artikel 11, eerste lid, genoemde bescheiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel