Naar hoofdinhoud
1.. Verlening van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 voor zover uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen met een (lichte) verstandelijke beperking, vindt enkel plaats aan de aanvrager die bovenaan eindigt in de door het college overeenkomstig het tweede lid aangebrachte rangschikking. 2.. Bij de rangschikking houdt het college rekening met de mate waarin en de wijze waarop wordt voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 6, lid 2 van deze regeling (onverminderd het bepaalde in artikel 11 van deze regeling). Daarbij geeft de aanvrager er specifiek blijk van te kunnen beschikken over professionals met een bijzondere expertise ten aanzien jeugdigen en/of andere betrokkenen met een (lichte) verstandelijke beperking, en zich bewust te zijn wat dat betekent voor de uitvoering van de maatregelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel