De burgemeester wijst de evenementenvergunning aan als vergunning bedoeld in artikel 1:3, tweede lid van de APV en verlengt de indieningstermijn voor een aanvraag om een evenementenvergunning naar ten minste:
vier (4) weken vóór het tijdstip waarop de vergunning nodig is, indien het een A-evenement betreft;
acht (8) weken vóór het tijdstip waarop de vergunning nodig is, indien het een B-evenement betreft;
twaalf (12) weken vóór het tijdstip waarop de vergunning nodig is, indien het een C-evenement betreft.
Artikel 1: