Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben, behoudens de in Titel VA van de wet genoemde regels, in elk geval betrekking op:
de sluitingstijden van de speelautomatenhal;
het toezicht in de speelautomatenhal;
de exploitatie van de speelautomatenhal;
het toegangsregime en de toegangsregistratie in de speelautomatenhal;
voorschriften en beperkingen ter voorkoming van overlast vanuit en rondom de speelautomatenhal;
het aantal en type speelautomaten, alsmede het totaal aantal spelers bij volledige bezetting van de speelautomaten;
de wijze waarop de ondernemer gokverslaving dient te voorkomen en bestrijden;
de periode waarvoor de exploitatievergunning wordt verleend en de wijze waarop deze periode eventueel verlengd kan worden, zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid;
het DEKRA-certificaat van de speelautomatenhal/ het lidmaatschap van de VAN Kansspelen-brancheorganisatie van de ondernemer.
De burgemeester kan in aanvulling op de voorschriften en beperkingen die worden verbonden aan de exploitatievergunning, als voorwaarde stellen – deels in aanvulling op, dan wel ter vervanging van het gestelde in het eerste lid sub g. - om in aanmerking te komen voor verlening van de vergunning dat de ondernemer een door de burgemeester aan te reiken convenant ondertekent waarin nadere afspraken aangaande de exploitatie worden vastgelegd.
Indien een exploitatievergunning is verleend en tevens een omgevingsvergunning dient te worden verkregen mag van de exploitatievergunning op basis van deze verordening geen gebruik worden gemaakt totdat de omgevingsvergunning is verleend.