Naar hoofdinhoud
1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. 3.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen voor de in artikel 2, onderdeel b, vermelde parkeerproducten vooraf via iDEAL worden betaald. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel