Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Afwijzings- en beëindiginggronden

Onderdeel van Beleidsregels schulddienstverlening Midden-Groningen

Indien de verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt, zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om de schulddienstverlening af te wijzen dan wel te beëindigen; Alvorens ingevolge lid 1 te besluiten tot afwijzing dan wel beëindiging, wordt de verzoeker indien mogelijk een redelijke termijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of de gevraagde informatie te verstrekken; Een aanvraag schulddienstverlening kan worden afgewezen, indien minder dan één jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag is ingediend; de verzoeker de verplichtingen uit artikel 4 niet of onvoldoende is nagekomen; of de schulddienstverlening is beëindigd op grond van artikel 5.4 sub e,f, g of sub n; of een traject van Stabilisatie of Budgetbeheer tussentijds door toedoen van de verzoeker is beëindigd. Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van schulddienstverlening in één van de volgende situaties; het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond; de verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden schulddienstverlening, gelet op persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet (langer) passend is; de verzoeker niet langer voldoet aan artikel 2; de schulddienstverlening op grond van onjuiste gegevens aan de verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college er een ander besluit zou zijn genomen; de verzoeker zijn afloscapaciteit niet wil gebruiken voor het aflossen van schulden; de verzoeker zich misdraagt ten opzichte van medewerkers, die belast zijn met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject; de schulddienstverlening niet langer noodzakelijk wordt geacht; de verzoeker verzoekt om beëindiging van het traject; de verzoeker is overleden; de verzoeker in staat van faillissement verkeert; er sprake is van onder bewindstelling of onder curatelestelling van de vermogensrechtelijke bestandsdelen van de verzoeker; er sprake is van het opzetten van schuldregeling en de schuldeisers weigeren om mee te werken aan een schuldakkoord; de verzoeker zijn schuldeisers verwijtbaar benadeelt tijdens het traject.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel