Naar hoofdinhoud
1.. De medewerker maakt met zijn/haar leidinggevende afspraken omtrent de termijn van verblijf van de medewerker in de functie waarin hij/zij is aangesteld. De maximale termijn die kan worden afgesproken is 5 jaar. 2.. De termijn bedoeld in het eerste lid kan na afloop worden verlengd. Leidinggevende en medewerker bepalen in overleg de duur van de verlenging. 3.. De termijn wordt telkens automatisch met één jaar verlengd, indien de medewerker voor of met het aflopen van de termijn niet in een andere functie is geplaatst of ingeval er geen nieuwe afspraken zijn gemaakt over de termijn van voortzetting/verlenging van de plaatsing in de huidige functie.

Rechtspraak bij dit artikel