Het college kan een belanghebbende een tegenprestatie opdragen, tenzij
de belanghebbende aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie;
de belanghebbende aantoonbaar mantelzorg verricht.
Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:
het vermogen van de belanghebbende om de tegenprestatie te verrichten;
de persoonlijke situatie en de individuele omstandigheden;
de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Oost Gelre 2015-2