Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd;
buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd; of
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; of
op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
Het eerste lid aanhef en onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2.4.17
Loslopende honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2018 (Apv)