Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 14

nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Rijswijk 2018

Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; de individuele voorziening niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening, of; de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. Het college wijzigt de verleningsbeschikking of trekt deze in: met ingang van de dag gelegen na de dag waarop het kind, ten behoeve waarvan het budget strekt, overlijdt; met ingang van de dag waarop het recht op de verstrekte individuele voorziening vervalt of wijzigt; indien de zorg, hulp of ondersteuning die daadwerkelijk wordt geleverd door een andere instelling of partij dan de instelling of partij die is vermeld op het verleningsbesluit, moet het besluit worden gewijzigd. Op het verleningsbesluit moet de partij of instelling worden vermeld die de daadwerkelijke zorg, hulp of ondersteuning levert. Ten aanzien van pgb gelden aanvullende regels: Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het college onderzoekt uit oogpunt van rechtmatigheid en kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van het pgb. Het college wijzigt de verleningsbeschikking of trekt deze in met ingang van de dag waarop de budgetbeheerder langer dan twee maanden niet meer voldoet aan de vereisten om als budgetbeheerder te kunnen optreden. Het college wijzigt de verleningsbeschikking of trekt deze in met ingang van de dag vanaf welke de budgetbeheerder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op de voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel