**1..** Het is verboden grondwater af te voeren naar het gemengde rioolstelsel;
**2..** De beheerder van het openbaar riool wijst een gebied aan waarbinnen het verboden is een afvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. ten aanzien van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen van grondwateronttrekking.
**3..** De beheerder bepaalt de wijze waarop een eventuele lozing mag plaatsvinden
**4..** Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan.
**5..** De beheerder verleent ontheffing van het verbod op lozing die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het grondwater kan worden gevergd.
**6..** Aan de ontheffing voor het lozen van grondwater wordt een financiële bijdrage gekoppeld als de beheerder de zorgplicht voor het grondwater overneemt.
**7..** Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Grondwaterlozingen
Onderdeel van Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2018