Burgemeester en wethouders kunnen de aansluitvergunning wijzigen of intrekken, indien:
1. bij de aanvraag van de aansluitvergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
2. de bepalingen van deze verordening of de aan de aansluitvergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;
3. de vergunninghouder binnen een jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting, of wijziging van de aansluiting waarop die aansluitvergunning betrekking heeft, uit te voeren.
Hoofdstuk 2
Artikel 6.
Wijziging en intrekking van de aansluitvergunning
Onderdeel van Aansluitverordening riolering 2018