1. Burgemeester en wethouders stellen bij de verlening van de vergunning de kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding vast aan de hand van voorcalculatie.
2. De gemeente is niet gehouden tot feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding, voordat de rechthebbende zich door betaling van de kosten voor de perceelaansluiting akkoord heeft verklaard met de in het eerste lid genoemde kosten.
3. Indien de kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit bij de aanvraag van de aansluitvergunning te vermelden. De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding worden niet in rekening gebracht indien deze reeds op andere wijze op de rechthebbende zijn verhaald.
Artikel 10. Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding
1. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief de aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding, vindt niet plaats anders dan door of vanwege de gemeente.
2. De aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding vindt slechts plaats, als het aan te sluiten particulier riool tot aan het aansluitpunt aanwezig is en voldoet aan de daaraan op grond van de bouwregelgeving gestelde eisen.
Hoofdstuk 3
Artikel 9.
Kosten van de perceelaansluiting
Onderdeel van Aansluitverordening riolering 2018