Naar hoofdinhoud
4.1. De onder artikel 2.1 bedoelde leden worden bij besluit van de manager Markten benoemd voor een periode van drie (3) jaar; te rekenen vanaf het moment van verkiezing. Na afloop van deze periode vervalt de benoeming van rechtswege. Teneinde vernieuwing en doorstroming te bevorderen zijn deze leden voor maximaal twee (2) aaneensluitende periodes benoembaar. 4.2. Het lid van de Marktadviescommissie, dat niet meer voldoet aan de kwalificatie – zoals bedoeld in artikel 2.2 – is verplicht de andere leden van de Marktadviescommissie direct te informeren zodra hem/haar bekend is dat hij/zij die kwalificatie niet meer heeft. Na de bekendmaking houdt hij/zij van rechtswege op lid te zijn van de Marktadviescommissie. 4.3. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd, doch niet verplicht, om voor de resterende duur van de benoemingsperiode in vervanging te voorzien in de Marktadviescommissie voor degene, die ten gevolge van situatie als bedoeld in het vorige lid geen lid meer kon zijn. In geval van een dergelijke benoeming vindt geen verkiezing plaats, maar wordt de hoogst verkozene van de laatste verkiezing die beschikbaar is en geen lid is van de Marktadviescommissie als vervanger aangewezen en benoemd. 4.4. Een lid kan te allen tijde ontslag nemen door middel van schriftelijk bericht aan de voorzitter en manager Markten 4.5. De manager Markten dan wel het Dagelijks Bestuur is bevoegd leden van de Marktadviescommissie vanwege zwaarwegende redenen van hun taak te ontheffen. Als zwaarwegende redenen worden beschouwd: het oordeel van de manager Markten dan wel het Dagelijks Bestuur dat de Marktadviescommissie om enige reden onvoldoende gestalte geeft aan haar taken; een structureel onwerkbare situatie die om enige reden ontstaan is binnen de Marktadviescommissie. Voorts is de manager Markten dan wel het Dagelijks Bestuur te allen tijde bevoegd over te gaan tot ontslag van een lid van de Marktadviescommissie om zwaarwegende redenen. Dit ontslag wordt niet verleend voordat de manager Markten dan wel het Dagelijks Bestuur de betrokkene in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord om hun zienswijze kenbaar te makenover het voorgenomen ontslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel