1. De beschikking tot subsidieverlening bevat naast de subsidiegrondslag in ieder geval:
a. een bedrag, dan wel de wijze van berekening van het bedrag;
b. de periode waarin de activiteiten plaatsvinden;
c. een omschrijving van de prestaties die door de subsidieontvanger gehaald moeten worden;
d. de met prestaties beoogde resultaten.
2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd.
3. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, binnen twaalf weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
4. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, binnen twaalf weken nadat de volledige aanvraag is ingediend, tenzij het een investering betreft, specifiek te verrichten door een sportvereniging welke het subsidieplafond doet overschrijden, een aanvraag voor budget bij de Kadernota in navolgende jaren moet worden aangevraagd. De beslistermijn is minimaal een half jaar na indiening van de aanvraag.
5. Het college kan de termijn als bedoeld in het derde en vierde lid met vier weken verlengen.
6. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
7. Het college geeft in de beschikking tot subsidieverlening aan op welke wijze tot bevoorschotting van de subsidie zal worden overgegaan. Als er sprake is van een voorschot worden structurele subsidies met bedragen boven de € 10.000,- in vier kwartaaltermijnen bevoorschot.
HOOFDSTUK 6
Artikel 15.
Inhoud van de verleningsbeschikking, beslistermijn
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Vlissingen 2018