Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 5.

Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Vlissingen 2018

1. Het college stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast. 2. Het college kan een subsidieplafond verlagen: a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging. 4. Het college kan een subsidieplafond verhogen als: a. de raad besluit tot budgettaire dekking; b. er binnen een programma voor een bepaald onderdeel nog budgettaire ruimte is. 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld. In de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. 6. Het college maakt jaarlijks, in het kader van de begrotingsbehandeling, zo mogelijk voor 1 mei voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvragen betrekking hebben, het op de subsidieverstrekking te hanteren indexpercentage bekend aan de professionele instellingen en de daaruit voortvloeiende maximaal te verstrekken subsidies. Eén en ander onder begrotingsvoorbehoud en voorbehoud betreffende de vaststelling van de subsidieplafonds.

Rechtspraak bij dit artikel