Waardering.
Activa worden gewaardeerd overeenkomstig de artikelen 59 tot en met 65 van het BBV. Er wordt geen restwaarde toegekend aan activa met uitzondering van grond en terreinen, waarop niet wordt afgeschreven.
Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden verstaan: permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken en overig openbaar groen.
Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht.
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 12.500,00 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatstgenoemden worden altijd geactiveerd. Kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde worden nooit geactiveerd.
Afschrijving.
Immateriële vaste activa.
Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden op basis van annuïteiten in vijf jaar afgeschreven.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen, agio en disagio worden op basis van annuïteiten afgeschreven in de periode waarover agio/disagio berekend wordt (dat wil zeggen voor de (resterende) duur van de lening of voor de duur tot een renteherziening of voor de duur tot een vervroegde aflossingsmogelijkheid, waarbij de kortste periode bepalend is.
Materiële vaste activa.
Onder activa met een meerjarig economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden verstaan investeringen die verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
De materiële vaste activa met economisch nut worden op basis van annuïteiten afgeschreven in:
gronden en terreinen niet
woonruimten 30 jaar
bedrijfsgebouwen
stadhuis 50 jaar
onderwijs-, bedrijfs- en overige gebouwen 40 jaar
renovaties, verbouwingen, noodgebouwen/-lokalen 15 jaar
aanpassingskosten 10 jaar
terreinafrastering en omheiningen 10 jaar
vervoermiddelen
brandweerauto’s 12 jaar
bedrijfswagens en opbouw 6 of 8 jaar
machines, apparaten en installaties
computernetwerk 15 jaar
servers en grote softwarepakketten 5 jaar
computers en bijbehorende software 3 jaar
telefooncentrale 15 jaar
overige machines, apparaten en installaties 10 jaar
overige materiële vaste activa
meubilair, containers, basiskaart 10 jaar
audiovisuele apparatuur, leermiddelen 5 jaar
Voor activa die niet eenduidig onder een van de in dit artikel genoemde rubrieken vallen, geldt dat activa met economisch nut op basis van annuïteiten gedurende de verwachte toekomstige gebruikersduur afgeschreven worden. Op activa met maatschappelijk nut is lid 3 van dit artikel van toepassing. Activa die wel onder genoemde rubrieken vallen maar waarvan de verwachte toekomstige gebruikersduur korter is dan de voorgeschreven afschrijvingsperiode, worden afgeschreven gedurende de periode van de kortere verwachte toekomstige gebruikersduur. Voor alle activa waarop dit lid van toepassing is, geldt dat de waardering en afschrijving vastgesteld wordt door de raad.
Artikel 10.