Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.
Het college draagt er ten aanzien van de programmabegroting zorg voor dat:
de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de programma’s van de programmabegroting;
de budgetten in de programmabegroting en kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de Voorjaarsnota als bedoeld in artikel 4 lid 1 en de kaders van de programmabegroting;
het saldo van baten en lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt.
Het college draagt er zorg voor dat per programma het saldo van baten en lasten zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet wordt overschreden en dat de in het programma opgenomen inspanningen en resultaten worden gerealiseerd.
Beheersing en interne controle.
Artikel 5.