Toevoeging aan het eigen vermogen vanuit gemeentelijk subsidie is alleen toegestaan als de overeengekomen resultaten zijn behaald.
De maximaal toegestane jaarlijkse toevoeging aan het eigen vermogen is afhankelijk van het exploitatieresultaat en de verhouding van de ontvangen subsidie tot de totale inkomsten (zie ook 1.7).
Het totale eigen vermogen mag niet buitenproportioneel zijn. Om dit te toetsen worden de volgende richtlijnen gehanteerd:
Voor subsidies tot € 25.000 geldt dat het totale eigen vermogen op enig moment maximaal 1 keer de omvang van het gemiddelde exploitatie-uitgavenbedrag van de laatste 5 jaar mag bedragen, maar met een maximum van € 25.000.
Voor subsidies tussen de € 25.000 en € 100.000 geldt dat het totale eigen vermogen op enig moment maximaal 50% van het gemiddelde exploitatie-uitgavenbedrag van de laatste 5 jaar mag bedragen, maar met een maximum van € 50.000.
Voor subsidies tussen de € 100.000 en € 1.000.000 geldt dat het totale eigen vermogen op enig moment maximaal 25% van het gemiddelde exploitatie-uitgavenbedrag van de laatste 5 jaar mag bedragen, maar met een maximum van € 150.000.
Voor subsidies tussen de € 1.000.000 en € 2.000.000 geldt dat het totale eigen vermogen op enig moment maximaal 20% van het gemiddelde exploitatie-uitgavenbedrag van de laatste 5 jaar mag bedragen, maar met een maximum van € 250.000.
Voor subsidies boven de € 2.000.000 geldt dat het totale eigen vermogen op enig moment maximaal 20% van het gemiddelde exploitatie-uitgavenbedrag van de laatste 5 jaar mag bedragen, maar met een maximum van € 500.000.
Het college is bevoegd om, op basis van specifieke gronden, anders te besluiten.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.16.
Vermogensontwikkeling
Onderdeel van Beleidsregels voor subsidieverstrekking Gemeente Oosterhout 2019