**1..** Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een verenigingenvergunning verstrekken voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.
**2..** Een verenigingenvergunning kan worden verleend aan het bestuur van een vereniging, die daadwerkelijk activiteiten uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.
**3..** Een verenigingenvergunning kan worden verleend aan een vereniging met een officieel vestigingsadres geregistreerd bij de Kamer van Koophandel
**4..** Per vereniging kunnen maximaal 2 vergunningen worden verstrekt
**5..** Het college kan aan een verenigingenvergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
**6..** Een verenigingenvergunning wordt niet verleend indien de vereniging beschikt over een parkeergelegenheid op eigen terrein, zoals gedefinieerd in artikel 15 van dit besluit
**7..** Een verenigingenvergunning wordt uitsluitend verleend indien de parkeerdruk binnen een afstand van 200 meter ten opzichte van de locatie waar een vereniging haar activiteiten uitvoert onder de 85% ligt op het moment waarop de vereniging haar activiteiten uitvoert.
**8..** Het college kan verenigingsvergunning geldig verklaren voor meerdere gebieden
**9..** Een verenigingenvergunning mag uitsluitend worden gebruikt in het kader van de uitvoering van verenigingsactiviteiten ten behoeve waarvan de vergunning is verstrekt.
**10..** Aan een verenigingenvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.
**11..** Het college kan aan een bezoekersvergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden.
Artikel 12