Naar hoofdinhoud
De politie treedt in ieder geval op als er sprake is van: blokkades van doorgaande routes, vitale knooppunten, overheidsgebouwen, bedrijven en instellingen; confrontatie, dan wel dreigende confrontaties tussen de verschillende actiegroepen/demonstranten voorafgaand, tijdens en na de demonstraties; direct gevaar voor personen en/of goederen; het door aard, omvang of tijdsduur van de actie op onaanvaardbare wijze schade toebrengen aan derden; fysiek of verbaal de werkzaamheden van de hulpdiensten belemmeren of verstoren; dreigen met geweld en/of gebruiken van geweld tegen de hulpdiensten; het persoonlijk beledigen van politiepersoneel; het gooien van brandbommen, stenen, hout, verf etc.; overtredingen van de Wet Wapens en Munitie; discriminatoire uitlatingen, -geschriften of -afbeeldingen; (mondeling of bij geschrift) aanzetten tot haat of discriminatie van mensen (art.137d SR); belediging; racistische leuzen; het in brand steken van voorwerpen en overige verbrandingen die strijdig zijn met art. 5:35 APV; verbranding van een pop die qua uiterlijke kenmerken duidelijk herleidbaar is tot een bepaalde persoon (slachtoffer), is te beschouwen als bedreiging; aanzetten tot geweld tegen personen over goederen; meevoeren van voorwerpen geschikt om te worden gebruikt bij wanordelijkheden zoals een ketting, knuppel en beschermende middelen; meevoeren van voorwerpen die kennelijk het doel hebben het politieoptreden te hinderen; voeren van hakenkruizen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel