In de APV is in lid 4 van artikel 2:12 aangegeven dat "Elke uitweg dient te worden aangelegd en te voldoen aan de hieromtrent door het college vastgestelde en bekendgemaakte nadere regels." Deze regels zijn in deze paragraaf aangegeven.
5.1 Soort uitweg
De uitweg verbindt een perceel met een voor autoverkeer bestemde weg en kan gebruikt worden voor autoverkeer of de uitweg verbindt een perceel met een voor voetgangers bestemd pad. Onder paragraaf 5.2 worden de uitwegen voor gemotoriseerd verkeer en onder paragraaf 5.3 voor voetgangers nader uitgewerkt.
5.2 Uitwegen voor gemotoriseerd verkeer
5.2.1 Breedte uitwegen
Breedte uitwegen binnen de bebouwde kom APV
Een uitweg ten behoeve van een woning naar een perceel waarop een woning staat, mag maximaal 5,5 meter breed zijn.
Een uitweg naar een bedrijfsperceel op bedrijventerrein Trekkersveld en Horsterparc waarop een bedrijfspand staat, mag maximaal 9 meter breed zijn.
Een uitweg naar een bedrijfsperceel op de overige bedrijventerreinen waarop een bedrijfspand staat, mag maximaal 6,5 meter breed zijn.
Breedte uitwegen buiten de bebouwde kom APV
Een uitweg naar een agrarisch bouwperceel mag maximaal 5,5 meter breed zijn.
Een uitweg naar een windturbine mag maximaal 4 meter breed zijn.
Een uitweg ten behoeve van een bedrijf mag breder worden als door de melder aannemelijk kan worden gemaakt dat dit uit economische motieven nodig is en een alternatieve oplossing op eigen terrein niet mogelijk is.
De aangegeven breedtes moeten worden gemeten ter plaatse van de erfgrens op gemeentelijk gebied. Veelal is dit het smalste punt van de uitweg.
De bochtstraal van de uitweg ter hoogte van de rijweg wordt aangepast aan de te verwachten voertuigen. Minimale straal is 8 meter.
5.2.2 Maken/verandering en kosten:
De uitweg die aansluit op een weg die in beheer of eigendom is van de gemeente Zeewolde wordt gemaakt of veranderd door óf in opdracht van de gemeente Zeewolde.
Alle kosten die voortvloeien uit het maken of veranderen van de uitweg langs wegen die in beheer zijn bij de afdeling Publiek zijn voor rekening van de melder.
Een standaarduitweg in een gebied dat wordt ontwikkeld, ingericht en beheerd door het Grondbedrijf van de gemeente Zeewolde, wordt aangelegd door en voor rekening van het Grondbedrijf. De eventueel tijdelijk aan te brengen uitweg wordt eveneens door en voor rekening van het Grondbedrijf aangelegd. Een standaarduitweg in een woonwijk is 4 meter breed. Een standaarduitweg op een bedrijventerrein is 6,5 meter.
De kosten voor het eventueel wijzigen of verplaatsen van gemeentelijke eigendommen zoals kolken, lichtmasten, bomen, beplanting, verkeersborden, voorzieningen van nutsbedrijven en straatmeubilair ten behoeve van de uitweg, zijn voor rekening van de melder.
Het werk zal worden uitgevoerd door een aannemer die is aangewezen door de gemeente Zeewolde.
De kosten voor het verwijderen van een uitweg als elders een nieuwe uitweg wordt gemaakt en een tweede uitweg wordt geweigerd, komen voor rekening van de melder.
5.2.3 Materiaal:
De uitweg moet worden aangelegd op een wijze die is omschreven in het beeldkwaliteitplan dat van toepassing is voor die straat, buurt of wijk. Als een beeldkwaliteitplan niet aanwezig is of onvoldoende duidelijk of als de in het beeldkwaliteitplan aangegeven richtlijnen niet goed functioneren en daarvan daarom goed gemotiveerd kan worden afgeweken, moet als volgt gehandeld worden:
Indien in een woonwijk binnen de bebouwde kom de uitweg een fiets- of voetpad kruist, moet de uitweg in het verlengde van voet- of fietspad zijn
gemaakt van het verhardingsmateriaal met dezelfde kleur, maat en structuur als de verharding die ook aanwezig is in het aangrenzende voet- en fietspad.
Als de openbare weg is opgebouwd uit asfalt, beton of betonklinkers moet de uitweg binnen de bebouwde kom zijn gemaakt van betonstraatsteen, keiformaat. Buiten de bebouwde kom kan gekozen worden tussen drie varianten, namelijk asfalt, betonstraatstenen of stelconplaten. In bijlage 1 is een tekening opgenomen met de specifieke kenmerken per type uitweg.
In een gebied dat wordt ontwikkeld en ingericht door het Grondbedrijf van de gemeente Zeewolde zal eerst een tijdelijke uitweg worden aangebracht van betonnen rijplaten. Later zal de definitieve uitweg worden aangebracht.
Het toe te passen verhardingsmateriaal en de opbouw en samenstelling van het cunet van de uitweg moet zijn aangepast aan het te verwachten gebruik.
Indien een uitweg een trottoir of fietspad kruist moet de uitweg op het niveau van fiets- en voetpad worden aangebracht. Indien sprake is van een hoogteverschil tussen fiets- of voetpad enerzijds en de weg anderzijds moeten ter plaatse van de weg inritbanden worden toegepast. In alle andere gevallen moet de uitweg op het niveau van de weg worden aangelegd.
Als de uitweg lager ligt dan het omliggende gebied of naast de uitweg geen verharding aanwezig is, moet de verharding van de uitweg worden opgesloten met een opsluitband.
5.2.4 Aanvullende eisen:
De uitweg bestemd voor autoverkeer watert af richting de openbare weg (ligt dus op de kavelgrens hoger dan de rand van de weg) of naar de naastliggende berm.
Een uitweg voor een windturbine mag alleen gebruikt worden voor het onderhoud aan de windturbine en niet als een tweede ontsluiting van de landbouwkavel.
5.3 Uitwegen voor voetgangers
Deze uitwegen kunnen alleen binnen de bebouwde kom worden gerealiseerd.
5.3.1 Breedte uitwegen
Een uitweg voor voetgangers is 1 meter breed (3 tegels naast elkaar, opgesloten door 2 trottoir bandjes) over de gehele lengte.
5.3.2 Maken/verandering en kosten:
De uitweg die aansluit op een weg, voet- of fietspad die in beheer of eigendom is van de gemeente Zeewolde wordt gemaakt of veranderd door óf in opdracht van de gemeente Zeewolde.
Alle kosten die voortvloeien uit het maken of veranderen van de uitweg langs wegen, voet- of fietspaden die in beheer zijn bij de afdeling Publiek zijn voor rekening van de melder.
Het werk zal worden uitgevoerd door een aannemer die is aangewezen door de gemeente Zeewolde.
Als een extra nieuwe uitweg wordt aangevraagd en als gevolg daarvan één bestaande uitweg moet verdwijnen, komen kosten voor het verwijderen van een uitweg en herstellen van de groenstrook voor rekening van de melder.
5.3.3 Materiaal:
Een uitweg voor voetgangers bestaat uit 3 tegels (grijs, 30x30) naast elkaar, opgesloten door 2 trottoirbanden.
De uitweg wordt aangelegd volgens de tekening welke als bijlage 2 is opgenomen.
5.3.4 Aanvullende eisen:
De uitweg watert af richting de naastliggende berm of richting de openbare weg.
Een uitweg leidt naar het dichtstbijzijnde verharde voetpad, fietspad of weg .
Een uitweg is maximaal 5 meter lang.
Een uitweg ligt haaks op de erfgrens.
Een uitweg wordt niet aangebracht als het moet worden aangebracht op een talud dat steiler is dan 1: 5.
Bij het bepalen van het maximaal aantal aan te brengen uitwegen per perceel/woning/bedrijf telt een uitweg voor voetgangers als één uitweg mee.
Artikel 5)