Naar hoofdinhoud
1. . Het college kan tot ambtenaar van de burgerlijke stand benoemen: ambtenaren in dienst van de gemeente; ambtenaren in dienst van een andere gemeente. 2. . Het minimum aan ambtenaren van de burgerlijke stand is twee. 3. . Het college kan buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand benoemen die worden belast met het verrichten van bepaalde taken. Buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand kan mede zijn een persoon die geen ambtenaar in gemeentelijke dienst is. 4. . De in het eerste en derde lid bedoelde ambtenaren worden door burgemeester en wethouders benoemd, geschorst of ontslagen. Als ambtenaar of buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is slechts benoembaar de persoon die in de uitoefening van zijn ambt geen onderscheid maakt als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet gelijke behandeling, tenzij het onderscheid is gebaseerd op een wettelijk voorschrift.

Rechtspraak bij dit artikel