Het Drechtstedenbestuur formuleert op advies van het Portefeuillehoudersoverleg Middelen Drechtsteden, voor dit doel aangevuld met de portefeuillehouders uit het dagelijks bestuur van de GR-OZHZ en de DG&J ZHZ, de uitgangspunten van het te voeren beleid op rechtspositioneel gebied. Voordat het Portefeuillehoudersoverleg tot een advies komt worden de portefeuillehouders P&O van de dagelijkse besturen geconsulteerd over hun zienswijzen ten aanzien van het te voeren beleid.
Het Drechtstedenbestuur is bevoegd op basis van de uitkomsten van de consultaties als bedoeld in het eerste lid van dit artikel over te gaan tot het vaststellen van de werkgeversinzet voor het overleg in het NGO en tot het voeren van het overleg dat gericht is op het bereiken van een onderhandelingsresultaat en het, na raadpleging van de portefeuillehouders P&O van de dagelijkse besturen, sluiten van een onderhandelingsakkoord.
Het Drechtstedenbestuur is bevoegd een onderhandelingsdelegatie aan te wijzen, bestaande uit drie personen, waarvan er één afkomstig is uit het Drechtstedenbestuur en twee deel uitmaken van het Portefeuillehoudersoverleg Middelen Drechtsteden, inclusief de voor dit doel aan dit Portefeuillehoudersoverleg toegevoegde portefeuillehouder uit de dagelijkse besturen van de GR-OZHZ en de GR-DG&J ZHZ, welke delegatie namens het Drechtstedenbestuur de bevoegdheden uit artikel 3, eerste lid, eerste volzin en artikel 4 van deze overeenkomst uitoefent. Aan deze delegatie wordt als adviseur een lid aan te wijzen door en uit het overleg Netwerksecretarissen Drechtsteden (ONS-D) toegevoegd.
In het geval de werkgeversinzet heeft geleid tot een overeenkomstig onderhandelingsresultaat stelt het Drechtstedenbestuur door tussenkomst van het Portefeuillehoudersoverleg Middelen als bedoeld in het eerste lid een voorlopig onderhandelingsakkoord vast. Dit akkoord wordt definitief wanneer de achterbannen aan de werknemerszijde met het onderhandelingsresultaat hebben ingestemd. Het Drechtstedenbestuur stelt vervolgens overeenkomstig artikel 3, lid 2 het akkoord in een regeling vast.
In het geval de werkgeversinzet heeft geleid tot een afwijkend onderhandelingsresultaat legt het Drechtstedenbestuur de uitkomsten van het overleg door tussenkomst van het Portefeuillehouders Overleg Middelen als bedoeld in het eerste lid ter raadpleging voor aan de portefeuillehouders P&O van de dagelijkse besturen. Deze raadpleging geschiedt schriftelijk. Het Drechtstedenbestuur stelt vervolgens opnieuw een werkgeversinzet vast. Deze procedure wordt eventueel herhaald tot dat een akkoord of een besluit dat niet tot een akkoord kan worden gekomen is vastgesteld.
Het Drechtstedenbestuur brengt de gemeenteraden en de Dagelijkse Besturen zo spoedig mogelijk op de hoogte van de uitkomst van de raadpleging terzake van het onderhandelingsresultaat en de conclusie die het Drechtstedenbestuur aan deze uitslag verbindt.