De looptijd van de geldlening of garantstelling mag niet langer zijn dan de verwachte technische of economische levensduur (als deze korter is) van het object waarvoor de financiering wordt aangewend.
Gedurende de looptijd van de geldlening vindt aflossing plaats waardoor het financiële risico van de gemeente jaarlijks vermindert.
De verstrekte geldlening of de garantstelling mag uitsluitend worden aangewend voor de financiering van het in de aanvraag genoemde object dan wel voor de in de aanvraag aangegeven financieringsbehoefte.
Artikel 7
Looptijd, hoogte en aanwending geldlening
Onderdeel van Uitvoeringsregels garantie en lening 2018