De bepalingen onder artikel 3.6.7 onder d van de regels van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2010’ aan te scherpen met de volgende passage:
Medewerking aan het treffen van tijdelijke voorzieningen (units zijnde gebouwen, geen kampeermiddelen zijnde) wordt alleen overwogen wanneer sprake is van een noodsituatie, dat wil zeggen alleen wanneer een omgevingsvergunning voor een permanente voorziening is verleend en ter overbrugging van die periode die nodig is voor het realiseren en gebruiksgereed maken van die permanente voorziening. Na het in gebruik nemen van de permanente voorziening moeten de units binnen vier weken verwijderd zijn en verwijderd worden gehouden.