**1..** Belanghebbenden kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn. Een organisatie wordt door maximaal 1 spreker vertegenwoordigd.
**2..** De commissievoorzitter doet de commissie een voorstel over waar op de agenda van het spreekrecht gebruik kan worden gemaakt.
**3..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres, telefoonnummer, emailadres en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.
**4..** Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord.
**5..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**6..** De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**7..** De commissievoorzitter doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 16.