Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.2

Welke kosten kunnen nog meer worden verhaald?

Onderdeel van Beleidsregels Wet op de Lijkbezorging (Wlb) gemeente Enkhuizen 2018

Naast de directe kosten van de uitvaart (zie hiervoor), maakt de gemeente vaak extra kosten, zoals de kosten, die gemaakt worden voor het veiligstellen van de nalatenschap. Kosten verbonden aan de lijkbezorging worden verhaald op de bij de overledene aangetroffen goederen of gelden, op de nalatenschap en op de nabestaanden (artikel 22 Wlb). De gemeente verhaalt de kosten, die gemaakt moeten worden om de bezittingen veilig te stellen, op de nalatenschap en/of de nabestaanden. Uitgangspunt daarbij moet wel zijn: kosten die redelijkerwijs gemaakt zijn tot een redelijk bedrag. Kosten, die moeten worden gemaakt om een sobere uitvaart, rekening houdend met de ver(vermoedelijke) wens van de overledene, te realiseren, komen voor verhaal in aanmerking. Over de vraag welke kosten exact op grond van artikel 22 Wlb verhaald kunnen worden, zijn vrijwel geen aanknopingspunten beschikbaar in de wetsgeschiedenis of de jurisprudentie. Vanuit het beginsel dat de lijkbezorging in eerste aanleg een particuliere verantwoordelijkheid is, wordt er in zijn algemeenheid van uitgegaan dat allerlei bijkomende kosten ook kunnen worden verhaald, voor zover deze, naar aard en omvang genomen, ‘redelijkerwijs’ zijn gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel