Naar hoofdinhoud
1.. Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen; het uitzetten van overtollige gelden; het beheersen van de risico's verbonden aan de financieringsfunctie; het beperken van de kosten van leningen en het optimaliseren van renteresultaten; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: voor het uitzetten van middelen voor een periode langer dan drie maanden en voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen, waaronder de huisbankier, gevraagd; en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 3.. Bij het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 4.. De gemeente zelf verstrekt geen leningen. 5.. Het college stelt regels op ter uitvoering van het bovengenoemde en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een Treasurystatuut. Het statuut wordt ter kennisneming aan de raad aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel