**1..** Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
civieltechnische kunstwerken;
buitensportaccommodaties;
openbare verlichting;
verkeersregelinstallaties;
speelvoorzieningen.
**2..** Ten aanzien van de in deze paragraaf benoemde kapitaalgoederen wordt, naast de verplichte onderdelen bij de begroting en de jaarstukken op grond van artikel 12 van het BBV, verslag gedaan over:
de actualiteit van de beheersplannen;
de voortgang van het geplande onderhoud;
de omvang van het achterstallig onderhoud (indien daarvan sprake is);
**3..** Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaren geactualiseerde onderhoudsplannen aan voor de in deze paragraaf genoemde kapitaalgoederen;
**4..** Een plan bevat minimaal de beleidskaders voor het gewenste onderhoudsniveau, de (vervangings-) investeringen, kosten van het cyclisch (groot) onderhoud behorende bij het gewenste onderhoudsniveau en de kosten van regulier onderhoud met de bijbehorende planning.
Hoofdstuk 4.
Artikel 18.