Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Ernstige en herhaaldelijke hinder

Onderdeel van Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast

In de memorie van toelichting wordt voor het begrip ernstige hinder een vergelijking gemaakt met het begrip hinder uit artikel 37 boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Onder het begrip ernstige en herhaaldelijke hinder zoals genoemd in artikel 2:78 APV moet in ieder geval verstaan worden: gedragingen zoals het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen of het onthouden van licht of lucht. Hierbij mag het niet gaan om een enkel incident en moeten de gedragingen in die mate plaatsvinden dat buurtbewoners hier veel hinder van ondervinden. Of een gedraging als ernstig te kwalificeren valt hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Ernstige hinder kan eveneens aan te merken zijn als onrechtmatig zoals bedoeld in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek, maar dat hoeft niet. Bovendien is niet elke onrechtmatige (buren)hinder zoals bedoeld in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek aan te merken als ernstig en herhaaldelijk zoals bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet. Bovendien gebruikt de burgemeester haar bevoegdheid niet als het gaan om slechts één incident. De burgemeester benadrukt dat het bij ernstige en herhaaldelijke hinder moet gaan om zeer extreme gevallen. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit dat Nederland een dichtbevolkt land is en burgers daardoor enige mate van hinder van elkaar zullen moeten dulden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel